nlcs

NLCS structuur

NLCS Structuur

De “Nederlandse CAD Standaard” (NLCS) is een standaard voor het maken en overdragen van 2D CAD tekeningen in de GWW-sector. Een belangrijk uitgangspunt van NLCS is dat de as-built tekening moet kunnen worden hergebruikt voor latere reconstructie- en onderhoudswerkzaamheden.

De NLCS bevat afspraken voor: Metadata, Basis Digitaal Tekenen, Uiterlijk van de tekening en Ordening/Codering van objecten. Het meest omvangrijk van deze afspraken is de Ordening/Codering van objecten, welke vastgelegd is in de NLCS lagen.

Objectgericht tekenen

Een belangrijk uitgangspunt voor de NLCS is ‘objectgericht tekenen’. De informatie die in een tekening is opgenomen, wordt gekoppeld aan de ‘objecten’ die in GWW projecten een rol spelen. In de NLCS wordt voor elk object een afzonderlijke laag toegepast. Door de informatie te scheiden via een structuur van NLCS lagen wordt hergebruik van de informatie mogelijk zonder gegevens opnieuw te moeten invoeren. Denk bijvoorbeeld aan het ‘automatisch’ bepalen van hoeveelheden uit een tekening, maar ook hergebruik van de tekeningen bij latere onderhouds- en reconstructiewerkzaamheden.

Doel van deze objectgerichte benadering is om de NLCS een opstap laten zijn naar het werken volgens BIM principe. Voor (overheids-)opdrachtgevers is de herbruikbaarheid van digitale tekeningen van projecten ‘as built’ relevant. Steeds meer overheidsopdrachtgevers zullen de NLCS daarom voorschrijven in hun projecten.

Opbouw NLCS lagen

De NLCS lagen in een tekening zijn opgebouwd uit deelcodes, afkomstig uit verschillende, gestandaardiseerde tabellen in een vaste volgorde. NLCS lagen zijn opgebouwd uit 3 delen:

  • Ordening
  • Object
  • Tekeneigenschappen

tabel

Ordening

De ordening bevat de eerste 3 delen van de NLCS laag. Hierin worden vastgelegd de Status, Disciplines en Hoofdgroepen.

  • Status
    Geeft de status van een object aan. De NLCS onderscheidt de volgende statussen: Nieuw werk (N), Bestaand werk (B), Verwijderd/vervallen werk (V), Tijdelijk werk (T) en Onafhankelijk van status/fase (X).
  • Discipline
    Een NLCS Discipline geeft het vakgebied aan waarop de tekening betrekking heeft en bevat een verzameling aan relevante Hoofdgroepen. De in de NLCS aanwezige Disciplines zijn afgestemd op NEN3610. Enkele voorbeelden van NLCS Disciplines zijn: Wegenbouw (WE), Waterbouw (WA), Groenvoorziening (GV) en Ondergrondse Infrastructuur (OI)
  • Hoofdgroep
    Een NLCS Hoofdgroep is een logische verzameling van objecten en is niet gebonden aan een Discipline. Een Hoofdgroep kan dus in meerdere Disciplines voorkomen. In de Hoofdgroepen is een onderscheid gemaakt tussen Buitenruimte, Constructies en Algemeen. Enkele voorbeelden van NLCS Hoofdgroepen zijn: Assen en Metrering (AM), Groen (GR), Kabels en Leidingen (KL) en Verhardingen (VH).

Objecten

Een NLCS Object is het GWW object waarop de getekende elementen betrekking hebben en vormt het middelste deel van een NLCS laag. Een dergelijk Object heeft een flexibele opbouw waarmee meer of minder detailniveau aangegeven kan worden. Deze flexibele opbouw wordt bereikt door het Object op te bouwen uit één of meerdere Subobjecten volgens een ‘harmonica model’. Op deze manier kan een Object in maximaal vijf niveaus worden gedetailleerd.

Gebruikers kunnen de mate van detail van een tekening, c.q. NLCS lagenstructuur zelf kiezen. Dat hangt onder meer af van de aard en het gebruiksdoel van een tekening. Voor sommige gebruikers is een globale informatiescheiding voldoende, andere gebruikers willen aan de hand van een digitale 2D tekening heel nauwkeurig hoeveelheden kunnen bepalen.

Voorbeeld verschillend detailniveau
  • Op een groentekening kan het bijvoorbeeld voldoende zijn om alle verhardingen in één laag te plaatsen, bijvoorbeeld: B-GV-VH-VERHARDING-G
  • In een andere tekening kan het noodzakelijk zijn om verschillende verhardingsmaterialen te onderscheiden, zoals: B-WE-VH-VERHARDING_BETONSTRAATSTEEN-G B-WE-VH-VERHARDING_TEGEL-G
  • In een werktekening die is bedoeld voor het stratenmakerbedrijf, kan het noodzakelijk zijn om niet alleen de betonstraatsteen aan te duiden, maar ook het formaat, het verband en de kleur, bijvoorbeeld: N-WE-VH-BETONSTRAATSTEEN_DIKFORMAAT_HALFSTEENS_BRUIN-G

De NLCS laat al deze stappen toe, inclusief alle tussenliggende stappen. We noemen dit het “harmonica model”. Iedere tekenaar of organisatie kan dus het voor hem adequate detailniveau zelf kiezen.

Eigen Objecten / Laagnamen

Disciplines en Hoofdgroepen zijn vastgesteld binnen de NLCS. Het is echter wel toegestaan om in een NLCS Hoofdgroep eigen objecten te definiëren, waardoor nieuwe NLCS lagen ontstaan. Het is wel belangrijk dat de ‘eigen NLCS lagen’ herkenbaar zijn. De beheerorganisatie van de NLCS stimuleert iedereen om aan hen door te geven welke NLCS lagen naar uw mening ontbreken. De Projectgroep NLCS kan dan besluiten om die lagen alsnog toe te voegen in een volgende release.

Tekeneigenschappen

Het laatste deel van een NLCS laag wordt gebruikt voor aanduiding van de Tekeneigenschappen. Binnen de NLCS worden onderscheiden: Element en Schaal.

  • Element
    Een Element binnen de NLCS geeft aan op welke wijze een object gepresenteerd wordt. Voorbeelden van NLCS Elementen zijn: Geometrie (G), Arcering (A), Symbool (S) en Maatvoering (M). Tekst en bemating kunnen op elk niveau voorkomen (achter HOOFDGROEP, achter OBJECT, achter SUBOBJECT enzovoort), maar staan default achter HOOFDGROEP, bijvoorbeeld: N-WE-VH-M
  • Schaal
    Aan het Element kan bij arcering (A), symbool (S), tekst (T), maatvoering (M) en bepaalde lijntypen optioneel een Schaal worden toegevoegd. Dit is het geval wanneer bij het betreffende Element sprake is van schaalafhankelijke of juist schaalonafhankelijke weergave. Voorbeeld: N-WE-AM-AS-T25-1000 (tekst is alleen zichtbaar op een tekening die schaal 1:1000 wordt afgedrukt).

Op deze pagina staat deze in het kort beschreven. Voor de volledige beschrijving verwijzen we u naar de Formele Beschrijving NLCS.

NLCS cursus
De NLCS is een zeer uitgebreide standaard. Als u behoefte heeft aan een NLCS cursus kunt u meer informatie en cursusdata vinden u op de website van CAD Accent

referenties

  • Hendrik-Jaap in ’t Veld over het werken met InfraCAD
    ‘Alle genoemde voordelen zijn waar’

    Hendrik-Jaap in ’t Veld, werkvoorbereider en CAD-beheerder bij Pro Infra (Rijswijk) is erg enthousiast over het werken met InfraCAD. Volgens hem maakt de software alle beloftes waar.

  • Ruud Mantel over de civiele oplossingen
    ‘2D en 3D groeien nu naar elkaar toe’

    Ruud Mantel is directeur van Landmeetkundig en Adviesbureau Meet (Heteren). Hij stuitte min of meer toevallig op InfraCAD, maar wil intussen niet meer zonder.